Geschiedenis

Michaël Ghijs
Michaël Ghijs

Eerwaarde Heer Michaël Ghijs was gedurende decennia de dirigent en bezieler van Cantate Domino. Zijn levensverhaal is goeddeels de geschiedenis van het koor. De jaren 60: in het ‘klein’ college groeit een groot knapenkoor

Zoals in de meeste andere scholen werd vanaf de stichting in 1881 ook in het Sint-Maarteninstituut, het “klein college”, aan muziek gedaan om proclamaties en misvieringen op te luisteren. In de loop van de geschiedenis van het Sint-Maarteninstituut worden met vallen en opstaan meerdere koortjes opgericht.

Op het ogenblik dat E.H. Michaël Ghijs in september 1959 als leraar in het Sint-Maarteninstituut benoemd werd, stond het schoolkoor o.l.v. E.H. Jules Ghyselen. E.H. M. Ghijs nam de leiding van het koor over. Reeds in 1961 was er een eerste buitenlands optreden in Tilburg, gevolgd door Düsseldorf. Renaat Mores, organist aan de St-Martinuskerk, werd begeleider; in 1967 wordt hij opgevolgd door Kristiaan Van Ingelgem. In 1962 krijgt het koor de naam “Cantate Domino”. Door de eerste prijs op het Internationaal Jubileumfestival van de Jeugd in Neerpelt en de eretitel radioschoolkoor in 1962 wordt het koor ook gevraagd voor andere radio-en TV-opnames en om mee te werken aan grotere werken met orkest.

Op 15 december 1963 is Cantate Domino voor de eerste keer te gast bij koning Boudewijn en koningin Fabiola en in april 1966 wint Cantate Domino op het internationaal congres van “Pueri Cantores” te Loreto in Italië. Elk jaar wordt er ook naar het buitenland gereisd, in de jaren ‘60 enkel nog naar Europese landen. Eind 1967 wordt al gezongen in de fameuze Queen Elisabeth Hall in Londen en in 1969 wordt met Pasen naar Tsjechoslovakije achter het “Ijzeren Gordijn” getrokken. Meteen groeien ook de internationale contacten en zijn meerdere koorgroepen te gast in Aalst.

De jaren 70: Cantate Domino wordt een wereldkoor

In 1970 neemt het koor voor de eerste keer het vliegtuig voor een concertreis naar de Verenigde Staten waarbij in 10 staten opgetreden wordt. Ook de jaren nadien worden verre reizen ondernomen: Israël, Polen, Zuid-Afrika, Finland, Colombia en Zuid-Amerika, nogmaals de VS.

Op muzikaal vlak is zeker het concert “In memoriam Dom Renaat Van Hecke” in september 1971 in Dendermonde te vermelden. In december van hetzelfde jaar is het koor voor de 2de keer te gast bij het Belgisch koningspaar. De Johannes- en Mattheuspassie en het Weihnachtsoratorium van Bach, de Coronation Anthems en “The Messiah” van Häendel, zijn werken die regelmatig op de affiche staan, maar ook werken als het War Requiem van Britten of de motetten van Pachelbel, Schätz en Bach worden uitgevoerd, of er wordt deelgenomen aan de 3de en de 8ste Symfonie van Mahler, of het Requiem van Mozart: de agenda is steeds goed gevuld.

Een bijzondere eer valt het koor te beurt wanneer het in juni 1976 als eregast gevraagd wordt door de wereldberoemde Regensburger Domspatzen om hun 1000-jarig bestaan op te luisteren.
In de jaren ‘70 zijn achtereenvolgens Herman Verschraegen, Jozef D’Hoir en E.H. Jacques De Mey de begeleiders van het koor.

De jaren 80: ambassadeur van de Kerk van Vlaanderen

De concertreizen gaan nu ook naar Azië Japan, Taiwan, Singapore en Thailand, maar ook naar de Sovjetunie, Venezuela, Polen, Zuid-Afrika, Egypte en de USA.

Voor het 20-jarig bestaan worden in 1980 voor de jubelconcerten de indrukwekkende Mariavespers van Claudio Monteverdi uitgevoerd. Er wordt in het zelfde jaar nog samengewerkt met namen als Claudio Abbado voor het Te Deum van Berlioz en Pierre Bartholomé voor “Les Béatitudes” van César Franck. In 1984 viert het koor zijn zilveren jubileum en naast Eerste Minister Martens en prinses Paola zijn tal van andere autoriteiten aanwezig op het jubelconcert in Aalst. In 1984 wordt E.H. M. Ghijs tevens door de Persbond uitgeroepen tot Aalstenaar van het jaar.

Voor de viering van het 30-jarig bestaan worden in 1989 het Requiem van Webber, de Chichester Psalms van Bernstein en het “Te Deum Laudamus” van Van Ingelgem uitgevoerd.

In 1988 wordt E.H. J. De Mey als begeleider afgelost door Tom Deneckere.

De jaren 90: Cultureel ambassadeur van Vlaanderen

In de zomer van 1990 onderneemt Cantate Domino de verste reis ooit: via India en Singapore, naar Australië! Maar ook andere reizen van de jaren ‘90 zijn niet dichtbij de deur: Mexico, Argentinië, Taiwan, Thailand, Zuid-Afrika, Japan, Hong Kong, Filipijnen, USA, Canada, Rusland en China.

In maart 1994 krijgt Cantate Domino de titel Cultureel ambassadeur van Vlaanderen. Deze titel zal nog 3 maal verlengd worden. Op het repertorium prijken nu ook de oratoria “Israël in Egypt” van Händel en “Paulus” en “Elias” van Mendelssohn-Bartholdi.

Er wordt verschillende malen samengewerkt voor concerten en cd-opnames met ensembles als Capilla Flamenca o.l.v. Dirk Snellings, I Fiamminghi o.l.v. Rudolf Werthen en het Collegium Vocale o.l.v. Philippe Herreweghe. Met deze laatste worden onvergetelijke momenten beleefd wanneer in augustus 1997 in een bomvolle Royal Albert Hall in Londen de Mattheuspassie van Bach wordt uitgevoerd.

Even onvergetelijk is voor E.H. M. Ghijs de privé-audiëntie die koning Albert II hem op 9 december 1998 toekent naar aanleiding van het 40-jarig bestaan van het koor. In de loop van de jaren ‘90 wordt het koor ook meermaals uitgenodigd naar Noord-Italië voor een concertreeks i.s.m. de dirigent Pierangelo Pelucchi.

Van 1993 tot 1998 is Marc Masson de vaste begeleider van het koor. Vanaf 1998 wisselen Marc Masson en Tom Deneckere elkaar regelmatig af voor deze taak.

Het nieuwe millennium: Cultureel ambassadeur van Europa… en koorzang hemelwaarts

Cantate Domino reist naar India, Brazilië, Cuba, Zuid-Afrika, de Filipijnen, Singapore, Japan, de Verenigde Staten, Canada, meerdere malen naar Zuid-Korea en Japan en ook naar verschillende Europese landen. Het koor is samen met enkele andere één van de uitverkoren groepen om op 15 december 2001 op te treden op het beroemde kerstconcert van het Vaticaan.

Op 20 september 2002 krijgt Cantate Domino de titel van Cultureel ambassadeur van Europa en enkele dagen later, op 27 september 2002, wordt E.H. M. Ghijs tot kanunnik benoemd. Er worden ook verschillende cd’s opgenomen waaronder een cd met de Vespers van Rachmaninov.

Op 25 oktober 2003 wordt het koor door prins Philippe en prinses Mathilde gevraagd om met een 15-tal zangers de plechtige doopplechtigheid van prins Gabriël op te luisteren. Later zal dit ook nog gebeuren voor prins Emmanuel in 2005 en prinses Eléonore in 2008.

Een bijzondere eer valt kanunnik Michaël Ghijs te beurt op 16 april 2004 wanneer hem door de stad Aalst het ereburgerschap van de stad wordt toegekend, een stimulans om met zijn typische gedrevenheid en energie het koorwerk enthousiast verder te zetten.

In 2006 staan de “Vespers van San Ignacio” van Zipoli op de affiche van de jubelconcerten en in 2007 het prachtige Oratorium Elias van Mendelssohn-Bartholdi
Daniël David is de begeleider van het koor voor de meeste concerten. Begin 2007 promoveert het koor in het Provinciaal koortornooi van Oost-Vlaanderen andermaal tot de ere-afdeling, de hoogste categorie in deze wedstrijd.

Op 3 februari 2008 dirigeert Michaël Ghijs Cantate Domino in de Sint Goedele en Michielskathedraal van Brussel voor de opluistering van de hoogmis. Het zal de laatste keer zijn; hij is immers al een tijdje ziek. Op de avond van 21 februari 2008 sterft Michaël Ghijs nog vrij plots in het O.L.Vrouwziekenhuis te Aalst. De verslagenheid is enorm. Op 1 maart 2008 vindt in een bomvolle Sint-Martinuskerk de begrafenis plaats van kanunnik Michaël Ghijs, omringd door het ingetogen koorgezang… voor de laatste keer - van “zijn jongens”.

Enkele maanden later wordt de leiding van het koor toevertrouwd aan de jonge David De Geest.

Een nieuwe fase met nieuwe, jonge dirigenten en met stevige tradities

David De Geest
David De Geest

De nieuwe dirigent David De Geest, die Cantate Domino al even gedirigeerd had in het kader van zijn opleiding, heeft met de opluistering van de doopplechtigheid voor prinses al meteen een “koninklijke” start. De “doorstart” verloopt verder vrij vlot, er wordt met de oprichting van een vzw ook meer structuur gebracht in het beheer en de traditie voor de kerst- en jubelconcerten wordt onverkort verdergezet. Grote koorwerken worden op de affiche geplaatst en bijna steeds worden de jubelconcerten op cd vastgelegd: de “Coronation Anthems” van Händel, het “Requiem”, de “Krönungsmesse” en de “Trinitatismesse” van Mozart, de “Nelsonmesse” van Haydn, het “Gloria” van Vivaldi, het “Te Deum” van Charpentier.

Nieuwe, onbekende paden worden betreden wat resulteert in meerdere Belgische premières: de “Missa Pastoralis in G” van Vanhal, de “Missa Solemnis in C” van Haydn, het “Te Deum” en de “Missa Solemnis in C” van Hummel. Het koor is bijzonder vereerd wanneer zowel Prins Filip als Prinses Mathilde in 2012 aanwezig zijn op het jubelconcert.

Ook de internationale concertreizen worden verdergezet. Onder leiding van David De Geest geeft Cantate Domino concerten in onder meer Mexico, Japan, Bulgarije, Zuid-Korea en in tal van Europese steden. Er wordt opgetreden met het wereldbefaamde Dresdner Kreuzchor (2009), The Choir of New College Oxford (2011) en voor het eerst ook in de Sint-Pietersbasiliek van het Vaticaan (2014).

David De Geest componeert zelf ook, hij geeft les, is gastprofessor en staat open voor uiteenlopende muzikale projecten. Na bijna 7 intense jaren wordt eind februari 2015 de fakkel als koordirigent van Cantate Domino doorgegeven aan Andries De Winter. Deze kent Cantate Domino als nauwe medewerker en koorlid bijzonder goed. Een nieuwe fase breekt aan voor het koor.

  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners
  • Partners